RGO Middelharnis
- 15.07.2009
'Ik wil vrouwen laten zien hoe aantrekkelijk het is om meer te werken'
Marijke van der Meer is conrector aan de Regionale Scholengemeenschap Goeree-Overflakkee in Middelharnis, een brede scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs (VWO, HAVO, VMBO). De school doet mee aan een proefproject van de Taskforce DeeltijdPlus.
Waarom doe je mee met dit proefproject?
Volgens mij heeft het onderwijs een blinde vlek. We zouden veel meer moeten kijken naar de mogelijkheden om vacatures op te vullen met personeel dat al bij de organisatie werkt. Zeker nu er door de vergrijzing steeds meer vacatures komen, die krijgen we anders niet allemaal opgevuld.
Hoe ziet de 'deeltijdpopulatie' van je organisatie eruit?
Binnen onze organisatie werkt ruim 50 procent in deeltijd en dat aandeel neemt alleen maar toe. Er werken in het voortgezet onderwijs steeds meer vrouwen en die willen vaak niet fulltime werken, zeker als ze kinderen hebben. In de meeste gevallen gaat het om een baan van drie dagen, een deeltijdbaan van twee dagen komt bij ons maar weinig voor.
Wat kun je deeltijders bieden?
Een financiële prikkel, meer salaris vanwege meer werk, werkt lang niet altijd bij onze deeltijders. Voor velen van hen is een hoger inkomen geen must. Ik wil vrouwen laten zien dat het leuk en goed voor je persoonlijke ontwikkeling is om meer te gaan werken. Meer werken betekent niet per se meer uren lesgeven, niet per se meer van hetzelfde. Je kan ook andere taken op je nemen. Bijvoorbeeld een taak als mentoraat geven we bij voorkeur aan iemand die minimaal drie dagen op school is.
Deze extra taken kun je vaak flexibel indelen. In het onderwijs is het namelijk wel beperkt wat je kan bieden aan flexibele werktijden. Je moet als docent nou eenmaal een bepaald aantal dagdelen beschikbaar zijn. Als je bijvoorbeeld 60% werkt, moet je 6 dagdelen per week beschikbaar zijn, terwijl je maar 12 lesuren hebt die ook binnen 4 dagdelen zouden kunnen worden ingepland. Die beschikbaarheidregel wordt door collega's wel eens als knellend ervaren, maar het is heel moeilijk om dit te veranderen. Die beschikbaarheid hebben we echt nodig om roosters te kunnen maken.
Wat ga je concreet doen om deeltijdwerkers te stimuleren meer te gaan werken?
Het draait om communicatie en bewustwording. Het aantal werkuren moet een terugkerend onderwerp zijn in de gesprekken met de leidinggevende. Ik denk dat het moeilijk wordt om vrouwen met kleine kinderen te overtuigen om meer uren te maken, ik wil vooral inzetten op de vrouwen van wie de kinderen groot zijn. Vaak blijven zij als vanzelfsprekend hetzelfde aantal uren maken. Deze vanzelfsprekendheid willen we doorbreken. Als kinderen naar de basisschool of naar het voorgezet onderwijs gaan, zijn dat momenten om met vrouwen te bespreken of ze hun contract niet willen vergroten. Daar moeten we meer op sturen, vind ik. We vragen nu wel elk jaar aan alle medewerkers hoeveel uren ze volgend jaar willen werken, maar we kunnen het ook anders formuleren, bijvoorbeeld: 'Zie je mogelijkheden om meer uren te gaan werken?'.