Ministerie BZK
- 14.12.2009
Rijk analyseert deeltijdfactor met het oog op de toekomst
De krimp van de rijksoverheid is nog maar net aangekondigd. Toch startte het Ministerie van Binnenlandse Zaken samen met de Taskforce DeeltijdPlus een verkenning van de situatie voor wat betreft het werken in deeltijd binnen het Rijk en de mogelijkheden voor het uitbreidenvan contracturen van deeltijdmedewerkers. "Voor de lange termijn kan dit interessant zijn."
"De rijksoverheid is juist begonnen met krimpen en het uitvoeren van de taakstelling. Momenteel bestaat er dus nauwelijks behoefte aan uitbreiding van contracturen van deeltijdwerkers", zegt Hella van de Velde van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Toch is zo'n verkenning binnen het Rijk welkom, want "het kan waardevol zijn voor de toekomst". Centrale vraag bij deze analyse: wie werkt waar hoeveel uren?
Neiging naar deeltijdwerk
Als taakveldcoördinator Arbeidsmarkt en diversiteit wist Hella al globaal hoe de arbeidsuren binnen de rijksoverheid zijn verdeeld. "Er wordt doorgaans veel in grotere deeltijdbanen gewerkt. Kleinere deeltijd komt voor, maar vooral in lagere functies." Toch vond ze sommige cijfers opmerkelijk: "Anders dan ik verwachtte, blijken jongere vrouwen binnen het Rijk veel in deeltijd te werken. Vooral rond hun 35e neemt hun functieomvang meer af dan bij mannen." Omdat de (vooral jongere) instroom bij het Rijk de afgelopen jaren juist meer uit vrouwen bestond, zal dit op termijn voelbaar zijn.
Hella leerde dat deeltijdwerk ook bij de rijksoverheid vooral een zaak is van vrouwen. "Ik ging er toch van uit dat er bij het Rijk meer mannen in deeltijd zouden werken." De invulling daarvan kan per departement sterk verschillen. "Zo werkt bij het Ministerie van VWS 41 procent van alle medewerkers in deeltijd. Maar bij Buitenlandse Zaken daarentegen werkt de overgrote meerderheid fulltime." De arbeidsvoorwaarden van het Rijk maken flexibiliteit mogelijk, maar in de praktijk wordt er bij de rijksonderdelen verschillend mee omgegaan. "Je ziet in de regel dat in de beleidskernen meer ruimte is voor thuiswerken of flexibele werktijden, dan bijvoorbeeld in uitvoerende diensten. Daar waar die ruimte ontbreekt, is misschien de neiging naar deeltijdwerk sterker."
Geen korte termijn-issue
Op korte termijn zijn er weinig mogelijkheden om heel concreet iets met de conclusies te doen, is het vooruitzicht. Voor de langere termijn is deeltijd wel degelijk een interessant issue. Vanaf 2012 begint de baby-boomgeneratie de rijksoverheid te verlaten. En aangezien 50 procent van het personeelsbestand van het Rijk 45 jaar of ouder is, zet deze uitstroom daarna door. Uitbreiding van deeltijdbanen kan een manier zijn om te voorzien in de personeelsbehoefte die daardoor ontstaat. Zodoende is het nuttig om mensen over de kwestie te laten nadenken en hen soms al in beweging te krijgen, vindt Hella. "Op sommige terreinen is misschien eerder al winst te boeken. En wellicht geeft deze verkenning inzicht in voorwaarden waaronder men bereid is om in grotere deeltijdbanen te werken. Dit kan voor andere sectoren interessant zijn, bijvoorbeeld voor de onderwijssector die veel kleinere deeltijdbanen kent."
Rapport januari
Op basis van de analyse en de interpretatie van de cijfers met een aantal betrokkenen binnen het Rijk, stelt adviesbureau VanDoorneHuiskes een definitief rapport op. Vanaf januari 2010 worden de uitkomsten gedeeld "in interdepartementale clubs".